Gemeente en zorg

 

In het advies aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en sport;  “Gemeente en zorg” (2003) brengt beschrijft de Raad voor Volksgezondheid het probleem en de oplossing als volgt:

Het probleem

- Mensen met een beperking krijgen te weinig ondersteuning bij hun maatschappelijke participatie. Die ondersteuning is nu deels opgedragen aan de gemeente, deels opgenomen in de AWBZ. Er is niet Ă©Ă©n verantwoordelijke.

- Gemeenten hebben te weinig bevoegdheden, middelen en ambities om deze ondersteuning tot een succes te kunnen maken. Ook de AWBZ vertoont een aantal tekortkomingen: onvoldoende gericht op maatschappelijke participatie, niet afgestemd op de taken van de gemeente, niet succesvol bij de bevordering van verantwoord gebruik en doelmatigheid.

De oplossing

- Geef de gemeente de integrale verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van maatschappelijke participatie. Alleen zij is in de positie die taak succesvol uit te voeren. Biedt haar ruimte voor specifiek lokaal beleid. Doe dit in de vorm van een Wet ondersteuning maatschappelijke participatie (Wmo). Breng daarin onder de bestaande ondersteuningstaken van de gemeente (WVG, Welzijnswet, Wcpv) en onderdelen van de AWBZ (en de ZFW) die hetzelfde doel hebben.

 

 

Perspectief op gezondheid 2020

Zeven jaar later schrijft de RvZ in een beleidspespectief:

 

De zorg staat voor grote uitdagingen: een steeds grotere en veranderende vraag naar zorg, grenzen van het medisch kunnen die steeds verder opschuiven terwijl beschikbare middelen en menskracht volstrekt tekort schieten.

Het huidige zorgaanbod kan deze uitdaging niet aan; wordt daar niet op gestuurd of geprikkeld.

Dit advies poogt de uitdaging om te zetten in een perspectief: kwaliteit van zorg gedefinieerd als bijdrage aan gezondheid en participatie; alle actoren daar naar handelend. .....